|Dit Hoofdstuk: luister naar de tekst hier beneden geboden (compl.).

|Andere Hoofdstukken:

1|2a|2b|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18a|18b

De links in de tekst verwijzen naar het Sanskriet woord voor woord.
Download
het tekstbestand van de complete Bhagavad Gîtâ van Orde.

English version

Meer lezen over het leven van Krishna en Zijn toegewijden: zie het S'rîmad Bhâgavatam

N.B: om techtnische redenen kunnen Mac-users problemen hebben met het stromen van RA-files;
om dit probleem op te lossen verander de ram-extensie van de URL in rm en download dan het bestand naar uw harde schijf.


 

 Krishna Muziek   

 

HOOFDSTUK 3:

KARMA YOGA

Over hoe men de intelligentie de baas wordt

(1) Arjuna zei: 'Als intelligent zijn beschouwd wordt als zijnde beter dan het doen van vruchtdragende arbeid, zoals je zei o Janârdana, waarom betrek je me dan in deze afgrijselijke actie Kes'ava? (2) Je brengt mijn intelligentie zeker in de war met je dubbelzinnige woorden, wees er daarom alsjeblieft zeker van me van enkel één ervan te vertellen zodat ik er echt mijn voordeel mee kan doen.'

(3) De Allerhoogste Heer zei: 'In deze wereld zijn er twee soorten van geloof, zoals Ik je voorheen heb verteld o zondenloze, het is het zich verbinden in de kennis van de analytische geest [om stabiliteit van de intelligentie te bereiken] en de verbondenheid in handelen [het verzaken van het verlangen naar de vruchten] zoals gepraktizeerd door toegewijden [de moedwil van de yoga]. (4) Noch door het verzaken van arbeid bereikt een mens de bevrijding noch zal hij slagen door het simpelweg afzien van [de vruchten]. (5) Voorzeker is niemand ook maar voor een moment zonder handelen en zeker wordt iedereen onweerstaanbaar aangetrokken door vruchtdragende arbeid [het ondergaan van karma] overeenkomstig de kwaliteiten voortkomend uit de natuurlijke geaardheden. (6) Een ieder die, in het beheersen van de zintuigen, in zijn geest vasthoudt aan het denken over de zinsobjecten, is een dwaze ziel die schijnheilig wordt genoemd. (7) Maar iemand die, de zinnen regulerend middels zijn geest, o Arjuna, een begin maakt met het verbinden van zijn zintuigen in het werken zonder de gehechtheid van het verlangen naar de vruchten [karma-yoga] - hij is verreweg de betere. (8) Doe je voorgeschreven plichten, daar werken natuurlijk beter is dan niet werken - zelfs het onderhouden van je lichaam gaat nooit zonder het effect van arbeid. (9) Werk met de bedoeling te offeren, anders zal werk je aan deze wereld binden. Werk gedaan met dat doel voor ogen, o zoon van Kuntî, zal je volmaakt bevrijden van dat [materiële] samengaan.

(10) In het begin bij het ontstaan van de generaties tezamen met de offers, zei de Heer der Mensheid [Brahmâ, de Schepper] hiertoe: 'Wees meer en meer welvarend; moge dit [offer] u alles brengen wat u verlangt.' (11) De goden behaagd hebbend met offers, zullen de goden jouw behagen en aldus elkaar wederzijds behagend zal je het Allerhoogste bereiken. (12) De goden tevreden gesteld door offers zullen je zeker belonen met alles wat je nodig hebt om te leven, maar hij die van de gegeven dingen geniet zonder offers te brengen is voorzeker een dief. (13) Etend van de offers vinden de toegewijden verlossing van allerlei zonden, maar de onzedigen die alleen maar overwegen hun zinnen te behagen eten slechts van moeilijkheden. (14) Van granen groeien materiële lichamen, van regens is er de productie van graan terwijl regens mogelijk worden met [het bewateren middels] offers die uit plichtsbesef worden gebracht. (15) Men beseft zijn plicht door de cultuur van de kennis terwijl de regulatie van die kennis van het Allerhoogste is, derhalve zal men in het offeren altijd de alles-doordringende geest vinden.

(16) Daarom is het zo dat iemand die in zijn leven niet deze [cakra*-] orde zoals vastgelegd in de Veda's aanneemt, een nutteloos leven leidt vol van zonde en zinsbevrediging. (17) Maar iemand die behagen schept in de ziel blijft zeker een in zichzelf alleen tevreden, zelfgerealiseerd mens die bevrijd is van verplichtingen. (18) Uiteraard zal zijn doen en laten in deze wereld er nooit met een materieel oogmerk zijn en nimmer zal hij er enig voordeel in zien zijn toevlucht te zoeken tot andere levende wezens. (19) Derhalve, doe je werk voortdurend onthecht bij wijze van plicht, omdat men onthecht arbeid verrichtend zeker de Oorspronkelijke Persoon zal bereiken.

(20) Voorzeker bereikten zelfs koningen als Janaka [de vader van Sîtâ, de vrouw van Râma] en anderen de volmaaktheid door dit werk en ook in overweging van wat de wereld nodig heeft moet je handelen. (21) Wat een respectabele leider doet wordt zeker en enkel alleen maar gedaan terwille van andere mensen en wat het voorbeeld ook is dat hij geeft, zal de hele wereld doen in navolging. (22) Voor Mij is er geen verplichting dienst te leveren in de drie werelden [hemel, hel en vagevuur], niettemin, inderdaad zonder eisen te stellen of verlangens iets te vergaren, ben Ik ook bij allerlei activiteiten betrokken. (23) Zeker zal, als Ik ooit nalaat op die manier met grote zorg bezig te zijn, de weg die Ik dan volg door alle mensen in ieder opzicht worden gevolgd, o zoon van Prithâ. (24) Al deze werelden zouden in chaos vervallen als Ik Mijn werk niet zou doen; Ik zou verwarring stichten en al deze bestaansvormen vernietigen. (25) Zoals de onwetenden hun werk in gehechtheid doen, o afstammeling van Bharata, zo moeten zij die geleerd hebben handelen zonder gehechtheid erbij verlangend het voorbeeld te zijn voor de gewone man. (26) Hij behoort het denken van de onwetenden die gehecht zijn aan de vruchten van hun arbeid niet te verstoren; een wijs iemand behoort, begaan met zijn plicht, allen in te passen in zijn werk.

(27) Van al de verschillende activiteiten verricht met de geaardheden der materiële natuur, denkt het zelf, verbijsterd door de identificatie met het fysieke, aldus dat hij het zelf is die handelt. (28) Maar de principiële werkelijkheid kennend [tattva] van de werkzame geaardheden, o machtig-gearmde, raakt hij, die bedachtzaam is op het verschil tussen de zinnen en hun betrokkenheid, nooit gehecht. (29) Begoocheld door de natuurlijke geaardheden raken die personen die weinig kennis hebben en nalatig zijn in de zelfverwerkelijking, verstrikt in materiële activiteiten; ze moeten niet van streek gebracht worden door diegenen die weten. (30) Draag derhalve aan Mij allerlei soorten van arbeid op in het volle besef van je ziel, met een bewustzijn vrij van het verlangen naar winst en eigendom en in die staat verkerend: vecht dan zonder twijfel!

(31) Zij die deze aanwijzingen over het eeuwige navolgen op een gereguleerde manier met geloof en toewijding zonder te kijken naar anderen; zij allen zullen bevrijd raken van zelfs de gebondenheid der vruchtdragende arbeid. (32) Maar zij echter die niet geregeld mijn instructies opvolgen uit afgunst, zijn verward over alle kennis en ken hen goed als zijnde verloren zonder die dienstbaarheid. (33) Hij die studeerde probeert naar zijn eigen aard [zich te verhouden tot] de geaardheden der natuur; niettemin zijn alle levende wezens eraan onderworpen [de schepping, handhaving en vernietiging] - wat kan men [dan] verwachten van nederlaag en vernietiging? (34) Die gehechtheid en afkeer van de zinnen in verhouding tot hun objecten moet worden gereguleerd daar men zeker nooit onder de controle van dergelijke struikelblokken moet komen te staan. (35) Het is beter [daartoe] de eigen aard te volgen en vele fouten te maken dan volmaakt te zijn in het op een vervreemde manier te werk te gaan; het is [aldus] beter vernietiging te vinden in het navolgen van de eigen plicht dan met een vervreemd plichtsbesef gevaar te lopen.'

(36) Arjuna zei: 'Waardoor is dan een mens aangetrokken tot zonde zelfs als hij het niet wil, o afstammeling van Vrishni [Krishna's familienaam], alsof hij er met geweld toe gedreven wordt?'

(37) De Allerhoogste Heer zei: 'Het is lust, het is woede geboren uit de geaardheid hartstocht welke het alles vernietigende grote zondige is; weet dat dit hier je grootste vijand is. (38) Precies zoals rook om een vuur blijft hangen, een spiegel bedekt is met stof en een baarmoeder een embryo omsluit, zo ook is door deze lust [het weten] overdekt. (39) Het kennen van de kenner, die overdekt is door deze eeuwige vijand in de vorm van [het ongereguleerde] verlangen, o zoon van Kuntî, is precies als een vuur nooit tevreden. (40) De zinnen, de geest en de intelligentie worden de zetel van deze lust genoemd welke door al dezen de kennis versluierd in het overdekken van de belichaamde [ziel]. (41) Daarom moet je, vanaf het begin de zinnen regulerend, o beste onder de Bhârata's, deze aandrift van de zonde weerstaan die de vernietiger is van de kennis en de wijsheid. (42) De zinnen staan boven de dingen zegt men en meer dan de zinnen is de superieure [sturende] geest. Eveneens daarboven staat de [plannende] intelligentie - maar meer dan de intelligentie is Hij die [de controlerende transcendente ziel is die] daarboven staat. (43) Derhalve, superieur aan de intelligentie, wetende van het tot rust brengen van het denken, overwin moedwillig deze vijand, o machtig-gearmde, welke zo formidabel is in de vorm van de lust.'



* Cakra: heeft betrekking op de S'is'umâra Cakra (S.B. 2.2: 24-25), de sterrenhemel, de 'navel van Vishnu' als de waarneembare Vâsudeva en de verdeling van de tijd zoals gegeven in het S'rîmad Bhâgavatam Canto 3 hoofdstuk 11. Zie ook De Orde van de Tijd: wetenschap.

 

Ontleend aan de Bhagavad Gîtâ van Orde gesproken door Anand Aadhar Prabhu