HOOFDSTUK
9: DE YOGA VAN DE
VERTROUWELIJKHEID Over de
vertrouwelijke kennis (1)
De
Allerhoogste Heer zei: 'Wat Ik je nu vertel is de
meest vertrouwelijke kennis der zelfrealisatie
[voorbehouden] aan hen die niet jaloers zijn.
Met de kennis ervan zal je verlost worden van de
wereldse misère.
(2)
Het
is de Koning van de kennis en het vertrouwelijke, het
is het zuiverste, bovenzinnelijk en begrepen door
directe ervaring, het is van het rechtgeaarde, zeer
gelukkig in de praktijk en eeuwigdurend. (3)
Personen
zonder geloof in het pad der rechtgeaardheid, o doder
der vijanden, bereiken Mij niet en zullen op hun
sterven terugkeren naar de weg der materiële
motivatie.
(4)
[Zoals
gezegd:] Van het ongemanifesteerde van Mij is de
gehele kosmische schepping doortrokken, alle levende
wezens bevinden zich in Mij en Ik ben niet
[volledig] in hen. (5)
Noch
is alles van de schepping in Mij gefixeerd; bezie Mijn
mystieke eenheid: allen onderhoudend en Me eveneens
niet [volledig] in hen bevindend, is Mijn Zelf
de bron van alles en
allen.
(6)
Probeer
te begrijpen dat, zoals de machtige wind die altijd
overal in de lucht waait, Ik dienovereenkomstig besta
met alle geschapen wezens die zich in Mij
bevinden.
(7)
Alle
wezens, o zoon van Kuntî, gaan aan het eind van
een tijdperk op in Mijn oorspronkelijke vorm [de
materiële natuur] en aan het begin van een
tijdperk schep Ik ze weer
opnieuw.
(8)
Nederdalend
in Mijn materiële natuur herschep Ik keer op keer
de gehele kosmische manifestatie waarvan het geheel is
overgeleverd aan Mijn dwingende
kracht.
(9)
Aan
die activiteiten ben Ik nimmer gebonden, o overwinnaar
van de weelde, daar Ik me in het neutrale bevind
zonder aangetrokken te zijn tot de vruchtdragende
handeling.
(10)
Onder
Mijn leiding spreidt het materiële van de natuur
zowel het bewegende als het bewegingloze ten toon en
om deze reden, [voor het heil van Mijn wezen],
o zoon van Kuntî, is de kosmische manifestatie
werkzaam. (11)
De
dwazen kijken erop neer dat Ik de menselijke vorm heb
aangenomen, niet wetende van Mijn bovenzinnelijke aard
en dat Ik de Grote Heer van alles en allen
ben.
(12)
Verslagen
in hun hoop, vruchtdragende handelingen en kennis,
geven zij die verbijsterd zijn zich over aan
demonische en atheïstische zienswijzen en
eveneens zeker aan het begoochelende van de
materiële natuur
[materialisme].
(13)
Maar
de grote zielen, o zoon van Prithâ, die zich
hebben overgegeven aan de beschutting van Mijn
goddelijke natuur, leveren dienst zonder in hun denken
af te wijken en weten van de onuitputtelijke oorsprong
der schepping. (14)
Altijd
over Mij zingend en ook vastberaden met Mij
ondernemend brengen ze Mij zonder ophouden hun
eerbetuigingen in de aanbidding van hun
toewijding.
(15)
Ook
kennis cultiverend aanbidden anderen Mij als de
eenheid in de diversiteit van de universele
vorm. (20)
De
kenners van de drie Veda's, deze Soma [vermengd
met geklaarde boter en gefermenteerd zuur van een
klimplant gebruikt door brahmanen]-drinkers die
vrij zijn van zonden, aanbidden Me met offers en al
biddend voor hun gang naar de hemel - bereiken ze de
wereld van Indra [de koning van de hemel] en
genieten ze de hemelse genoegens van de goden
aldaar.
(21)
Nadat
zij, behagen scheppend in die uitgebreide hemel, de
verdienste van hun goede daden hebben uitgeput, vallen
ze weer terug in de sterfelijke wereld en komen zij
die zingenot verlangen in het volgen van de
leerstellingen van de drie Veda's zodoende tot
geboorte en dood.
(22)
Maar
van die personen die zich op niets anders concentreren
dan op Mij en die in gepaste aanbidding gefixeerd zijn
in toewijding, bescherm Ik de eenheid en hen breng Ik
wat ze nodig hebben.
(23)
Alhoewel
zij die toegewijden zijn van andere goden eveneens Mij
alleen aanbidden, o zoon van Kuntî, aanbidden ze
Me op de verkeerde
manier.
(24)
Ik
ben zeer zeker van alle offers de genieter en eveneens
de heerser; zij die Mij in werkelijkheid niet kennen
komen daarom ten val. (25)
[Zoals
gezegd:] aanbidders van het goddelijke gaan naar
de goden, aanbidders van de voorvaderen gaan naar de
voorouders, zij die geesten aanbidden gaan naar hen
toe en Mijn toegewijden komen naar Mij toe.
(26)
Wie
Mij ook een blad, een bloem, een vrucht en water met
toewijding aanbiedt, dat offer vanuit het hart door
een ziel van goede gewoonten gebracht aanvaardt
Ik.
(27)
Wat
je ook doet, wat je ook eet, wat je ook offert, wat je
ook weggeeft of in welke versobering je ook verkeert,
doe dat als een offer aan Mij. (28)
Op
die manier zal je worden verlost van de gunstige en
ongunstige gevolgen van de gebondenheid van je karma
en bevrijd in het zetten van je geest naar de
versobering in deze yoga, zal je Mij
bereiken. (29)
Ik
ben gelijk voor alle levende wezens, Ik heb aan
niemand een hekel en Ik begunstig ook niemand, maar
die personen die Mij bovenzinnelijk dienst verlenen in
toewijding, zijn in Mij en Ik ben zeker
[gedeeltelijk] in
hen.
(30)
Zelfs
als iemand die van het grootst mogelijke wangedrag is,
bezig is met toegewijde dienst aan Mij zonder af te
wijken, wordt hij beschouwd als een heilige daar hij
volkomen is in zijn besluit. (31)
Zeer
spoedig wordt hij rechtgeaard en bereikt hij duurzame
vrede, o zoon van Kuntî; zeg dat mijn toegewijde
nimmer verloren gaat!
(32)
En
ook in het bijzonder zij die tot Mij hun toevlucht
nemen, o zoon van Prithâ, die geboren zijn uit
zonde, of een vrouw zijn, of van de handel zijn alsook
de arbeiders; zelfs zij zullen de allerhoogste
bestemming bereiken. (33)
Wat
dan, nogmaals, [zou gelden] voor rechtgeaarde
brahmanen, toegewijden en heilige heersers die
eveneens deze tijdelijke wereld vol misère
verwierven - verkeer in liefdevolle dienst jegens Mij.
(34)
Denk
altijd aan Mij, wordt Mijn toegewijde, aanbidt Me en
op die manier Mij toegewijd, Mij de eer betuigend, zal
je ziel volledig gelijkgericht raken.'

![]()
(16)
Ik
ben het ritueel, de opoffering, de offergave en Ik ben
het medicinale kruid, de mantra en ook voorzeker de
geklaarde boter, het vuur en de
offerande.
(17)
Van
dit universum ben Ik de vader, de moeder, de
steunverlener, de grootvader, dat wat er te weten
valt, dat wat zuivert, de pranava AUM en zeker de
Rig-, Sâma- en de
Yayur-Veda.
(18)
Het
doel, de onderhouder, de meester, de getuige, de
toevlucht, de meest intieme vriend, de oorsprong, het
beëindigen, de grond van het zijn, de rustplaats
en het onvergankelijke zaad [ben
Ik].
(19)
Ik
geef warmte, Ik breng en weerhoudt de regen en Ik ben
de onsterfelijkheid, de dood en zowel het ware
[subtiele] als het onware [grove],
Arjuna.
Filognostisch* begrip van de Bhagavad Gîtâ van Orde
De Allerhoogste Heer zei: 'Wat Ik je nu vertel is de meest vertrouwelijke kennis der zelfrealisatie [voorbehouden] aan hen die niet jaloers zijn. Met de kennis ervan zal je verlost worden van de wereldse misère.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Hij van het fortuin zei: 'Wat ik je nu ga vertellen is de meest vertrouwelijke soort van wijsheid en kennis, en is bedoeld voor hen die vrij zijn van afgunst; dit weten zal je bevrijden van alle wereldse misère. (Sanskriet & traditie)
Het is de Koning van de kennis en het vertrouwelijke, het is het zuiverste, bovenzinnelijk en begrepen door directe ervaring, het is van het rechtgeaarde, zeer gelukkig in de praktijk en eeuwigdurend.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Het is de absolute heerser van alle kennis en vertrouwen, het is de zuiverste, ultieme intelligentie van de praktische ervaring, is maatgevend voor de religiositeit, is onvergankelijk en brengt geluk als het in praktijk wordt gebracht. (Sanskriet & traditie)
Personen zonder geloof in het pad der rechtgeaardheid, o doder der vijanden, bereiken Mij niet en zullen op hun sterven terugkeren naar de weg der materiële motivatie.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Personen die geen geloof hechten aan deze manier zichzelf te verbinden, o overwinnaar van je vijand, zullen, als ze mij op de weg van hun materiële bestaan niet hebben kunnen vinden, weer terugkeren na hun sterven. (Sanskriet & traditie)
[Zoals gezegd:] Van het ongemanifesteerde van Mij is de gehele kosmische schepping doortrokken, alle levende wezens bevinden zich in Mij en Ik ben niet [volledig] in hen.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Van mijn ongeziene gedaante is deze ganse kosmische manifestatie doortrokken; zo bevinden zich alle levende wezens in mij terwijl het volledige van mij anderzijds niet in hen kan worden aangetroffen. (Sanskriet & traditie)
Noch is alles van de schepping in Mij gefixeerd; bezie Mijn mystieke eenheid: allen onderhoudend en Me eveneens niet [volledig] in hen bevindend, is Mijn Zelf de bron van alles en allen.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Noch zal ook maar iets van wat afzonderlijk bestaat in mij standhouden; doorgrond mijn grootse eenheid: ik, die als het oorspronkelijke zelf, de bron van al het geschapene ben, bevindt me, als de handhaver van al het geschapene, nimmer volledig in dat wat er geschapen werd. (Sanskriet & traditie)
Probeer te begrijpen dat, zoals de machtige wind die altijd overal in de lucht waait, Ik dienovereenkomstig besta met alle geschapen wezens die zich in Mij bevinden.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Bekijk het op deze manier: net zoals het is met de machtige wind die overal waait in de atmosfeer, is het gesteld met al de levende wezens die overal in mij leven. (Sanskriet & traditie)
Alle wezens, o zoon van Kuntî, gaan aan het eind van een tijdperk op in Mijn oorspronkelijke vorm [de materiële natuur] en aan het begin van een tijdperk schep Ik ze weer opnieuw.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
O zoon van tante Kuntî, aan het einde van een dag van schepping gaan al de levende wezens op in de totaliteit van mijn materiële natuur en bij het aanbreken van een dergelijke dag worden ze allemaal weer opnieuw geschapen of geconditioneerd. (Sanskriet & traditie)
Nederdalend in Mijn materiële natuur herschep Ik keer op keer de gehele kosmische manifestatie waarvan het geheel is overgeleverd aan Mijn dwingende kracht.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Met het binnengaan in deze materiële natuur van mij schep ik, keer op keer, de hele kosmische manifestatie, het volkomen geheel dat is overgeleverd aan mijn dwingende, etherische kracht. (Sanskriet & traditie)
Aan die activiteiten ben Ik nimmer gebonden, o overwinnaar van de weelde, daar Ik me in het neutrale bevind zonder aangetrokken te zijn tot de vruchtdragende handeling.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
En aan die handelingen ben ik nimmer gebonden, o veroveraar van de weelde, omdat ik, niet aangetrokken tot de vruchtdragende handeling, van een neutrale positie ben. (Sanskriet & traditie)
Onder Mijn leiding spreidt het materiële van de natuur zowel het bewegende als het bewegingloze ten toon en om deze reden, [voor het heil van Mijn wezen], o zoon van Kuntî, is de kosmische manifestatie werkzaam.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Onder mijn toezicht manifesteert de materiële natuur zowel de bewegende als de niet-bewegende levensvormen, en dit toezicht vormt voor het levende wezen, o zoon van Kuntî, de zin, het motief, van het bestaan. (Sanskriet & traditie)
De dwazen kijken erop neer dat Ik de menselijke vorm heb aangenomen, niet wetende van Mijn bovenzinnelijke aard en dat Ik de Grote Heer van alles en allen ben.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Dwazen, niet bekend met mijn bovenzinnelijke aard, mijn opperheerschappij over alles, drijven de spot met me omdat ik een menselijke gedaante heb aangenomen. (Sanskriet & traditie)
Verslagen in hun hoop, vruchtdragende handelingen en kennis, geven zij die verbijsterd zijn zich over aan demonische en atheïstische zienswijzen en eveneens zeker aan het begoochelende van de materiële natuur [materialisme].
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Teleurgesteld in hun verwachtingen, winstmotieven en hun kennis zoeken de verbijsterden hun heil in atheïstische en demonische, begoochelde zienswijzen van een materialistische aard. (Sanskriet & traditie)
Maar de grote zielen, o zoon van Prithâ, die zich hebben overgegeven aan de beschutting van Mijn goddelijke natuur, leveren dienst zonder in hun denken af te wijken en weten van de onuitputtelijke oorsprong der schepping.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Maar, o zoon van Prithâ, de grote zielen die hun heil zoeken in mijn goddelijke natuur, weten van de onuitputtelijke bron van de schepping en zijn van toewijding met een geest die niet afdwaalt. (Sanskriet & traditie)
Altijd over Mij zingend en ook vastberaden met Mij ondernemend brengen ze Mij zonder ophouden hun eerbetuigingen in de aanbidding van hun toewijding.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Vol van toewijding overtuigd ondernemend, zingen ze altijd over me en betuigen ze me de eer, steeds druk bezigzijnd in hun aanbidding. (Sanskriet & traditie)
Ook kennis cultiverend aanbidden anderen Mij als de eenheid in de diversiteit van de universele vorm.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Anderen brengen offers in de vorm van de kennis die ze opdragen in het aanbidden van mij als de eenheid in de rijke verscheidenheid van de universele gedaante. (Sanskriet & traditie)
Ik ben het ritueel, de opoffering, de offergave en Ik ben het medicinale kruid, de mantra en ook voorzeker de geklaarde boter, het vuur en de offerande.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ik ben het ritueel, het offer en de smaak; ik ben het geneeskrachtige kruid en ik ben de mantra; ik ben de uitgieting, het vuur en de offergave. (Sanskriet & traditie)
Van dit universum ben Ik de vader, de moeder, de steunverlener, de grootvader, dat wat er te weten valt, dat wat zuivert, de pranava AUM en zeker de Rig-, Sâma- en de Yayur-Veda.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ik ben van het levende wezen de vader, de moeder, de steunverlener en de voorouder; ik ben dat wat er gekend wordt, dat wat zuivert, de lettergreep AUM en de Rig-, de Yayur- en de Sâmaveda. (Sanskriet & traditie)
Het doel, de onderhouder, de meester, de getuige, de toevlucht, de meest intieme vriend, de oorsprong, het beëindigen, de grond van het zijn, de rustplaats en het onvergankelijke zaad [ben Ik].
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ik ben het doel, de onderhouder en de meester; de getuige, het verblijf en de toevlucht; ik ben de beste vriend, de schepping en de vernietiging; ik ben de grondvesting, het zaad dat niet teloor gaat en de rustplaats. (Sanskriet & traditie)
Ik geef warmte, Ik breng en weerhoudt de regen en Ik ben de onsterfelijkheid, de dood en zowel het ware [subtiele] als het onware [grove], Arjuna.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ik geef warmte, zorg dat het regent en ook dat het niet regent; ik ben de onsterfelijkheid, de dood en zowel het zijn als het niet-zijn, o Arjuna. (San9skriet & traditie)
De kenners van de drie Veda's, deze Soma[vermengd met geklaarde boter en gefermenteerd zuur van een klimplant gebruikt door brahmanen]-drinkers die vrij zijn van zonden, aanbidden Me met offers en al biddend voor hun gang naar de hemel - bereiken ze de wereld van Indra [de koning van de hemel] en genieten ze de hemelse genoegens van de goden aldaar.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Zij die bekend zijn met de drie Veda's, zij die bevrijd van hun zwakheden drinken van de soma en, van aanbidding met offerandes, bidden voor een plaatsje in de hemel, bereiken de wereld van Indra en genieten aldaar de hemelse genoegens van de goden. (Sanskriet & traditie)
Nadat zij, behagen scheppend in die uitgebreide hemel, de verdienste van hun goede daden hebben uitgeput, vallen ze weer terug in de sterfelijke wereld en komen zij die zingenot verlangen in het volgen van de leerstellingen van de drie Veda's zodoende tot geboorte en dood.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Nadat ze, met het genoten hebben van die oneindige hemel, de verdienste van hun goede daden hebben uitgeput, keren ze weer terug naar de wereld der sterfelijke zielen, en komen zij, die zo gewetensvol zijn met de leer van de drie Veda's, tot het leven en sterven van een verlangen in de lust. (Sanskriet & traditie)
Maar van die personen die zich op niets anders concentreren dan op Mij en die in gepaste aanbidding gefixeerd zijn in toewijding, bescherm Ik de eenheid en hen breng Ik wat ze nodig hebben.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Maar zij die zich concentreren met niemand anders dan mij als hun voorwerp van aanbidding, die personen, die altijd verankerd in hun toewijding van het juiste aanbidden zijn, bescherm ik en breng ik wat ze nodig hebben. (Sanskriet & traditie)
Alhoewel zij die toegewijden zijn van andere goden eveneens Mij alleen aanbidden, o zoon van Kuntî, aanbidden ze Me op de verkeerde manier.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ondanks het feit dat zij die de mindere goden zijn toegedaan eveneens van een exclusief geloof en van aanbidding zijn in relatie tot mij, zijn ze niet van een aanbidding overeenkomstig de regulerende beginselen3, o zoon van Kuntî. (Sanskriet & traditie)
Ik ben zeer zeker van alle offers de genieter en eveneens de heerser; zij die Mij in werkelijkheid niet kennen komen daarom ten val.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Aangezien ik de meester en genieter ben van alle offers, vallen zij, die mij niet volgens het principe kennen, weg van het goddelijke. (Sanskriet & traditie)
[Zoals gezegd:] aanbidders van het goddelijke gaan naar de goden, aanbidders van de voorvaderen gaan naar de voorouders, zij die geesten aanbidden gaan naar hen toe en Mijn toegewijden komen naar Mij toe.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Zij die achting hebben voor de mindere goden, vinden de mindere goden op hun weg; zij die de voorouders vereren, reiken tot hen; zij die de spoken en de geesten vereren bereiken dat soort wezens; maar mijn toegewijden komen tot mij. (Sanskriet & traditie)
Wie Mij ook een blad, een bloem, een vrucht en water met toewijding aanbiedt, dat offer vanuit het hart door een ziel van goede gewoonten gebracht aanvaardt Ik.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Eenieder trouw aan de principes die, mij toegewijd, een blad, een bloem een vrucht en water offert9, brengt een offer dat voor mij aanvaardbaar is. (Sanskriet & traditie)
Wat je ook doet, wat je ook eet, wat je ook offert, wat je ook weggeeft of in welke versobering je ook verkeert, doe dat als een offer aan Mij.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Doe wat je eet, wegschenkt in liefdadigheid, of opoffert in je verzaking, als een offer gebracht aan mij, o zoon van tante Prithâ. (Sanskriet & traditie)
Op die manier zal je worden verlost van de gunstige en ongunstige gevolgen van de gebondenheid van je karma en bevrijd in het zetten van je geest naar de versobering in deze yoga, zal je Mij bereiken.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Met het aldus verlost zijn van zowel de zon- als de schaduwzijde van het gebonden zijn aan de baatzuchtige arbeid zal je, bevrijd, met je geest verbonden in de verzaking van de yoga, mij bereiken. (Sanskriet & traditie)
Ik ben gelijk voor alle levende wezens, Ik heb aan niemand een hekel en Ik begunstig ook niemand, maar die personen die Mij bovenzinnelijk dienst verlenen in toewijding, zijn in Mij en Ik ben zeker [gedeeltelijk] in hen.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Ik ben gelijkgezind in mijn respect voor alle levende wezens, ik haat noch koester wie dan ook, maar zij die in hun toewijding mij van dienst zijn, bevinden zich evenzogoed in mij als ik in hen. (Sanskriet & traditie)
Zelfs als iemand die van het grootst mogelijke wangedrag is, bezig is met toegewijde dienst aan Mij zonder af te wijken, wordt hij beschouwd als een heilige daar hij volkomen is in zijn besluit.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Men moet degene die zonder aflaten mij toegewijd is, zelfs al heeft hij zich allerkwalijkst gedragen, als een heilige beschouwen vanwege het gewicht van zijn overtuiging. (Sanskriet & traditie)
Zeer spoedig wordt hij rechtgeaard en bereikt hij duurzame vrede, o zoon van Kuntî; zeg dat mijn toegewijde nimmer verloren gaat!
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Zo iemand, o zoon van Kuntî, komt snel op het rechte pad en bereikt een duurzame vrede; hou staande dat mijn toegewijde nimmer teloor gaat! (Sanskriet & traditie)
En ook in het bijzonder zij die tot Mij hun toevlucht nemen, o zoon van Prithâ, die geboren zijn uit zonde, of een vrouw zijn, of van de handel zijn alsook de arbeiders; zelfs zij zullen de allerhoogste bestemming bereiken.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
O zoon van Prithâ, ookal zijn degenen die tot mij hun toevlucht nemen uit zonde geboren vrouwen, handelaren en arbeiders, zullen ze toch de hoogste bestemming bereiken. (Sanskriet & traditie)
Wat dan, nogmaals, [zou gelden] voor rechtgeaarde brahmanen, toegewijden en heilige heersers die eveneens deze tijdelijke wereld vol misère verwierven - verkeer in liefdevolle dienst jegens Mij.
FILOGNOSTISCHE VERTALING
En hoeveel te meer zou dit dan niet gelden voor rechtgeaarde brahmanen, toegewijden en vrome overheidsdienaren; jij die het gebracht hebt tot deze tijdelijke wereld vol van ellende, houdt je daarom bezig met mijn liefdevolle dienstverlening! (Sanskriet & traditie)
Denk altijd aan Mij, wordt Mijn toegewijde, aanbidt Me en op die manier Mij toegewijd, Mij de eer betuigend, zal je ziel volledig gelijkgericht raken.'
FILOGNOSTISCHE VERTALING
Denk altijd aan me, wordt mijn toegewijde, een aanbidder en een offeraar van mij, zodat je, mij toegewijd, een ziel zal zijn die volkomen gelijkgericht is.' (Sanskriet & traditie)
Versies geraadpleegd:
- Een Lied van Geluk - Een moderne Gîtâ - de moderne versie van filognosie (ook in mp3-audio).- Een Lied van Geluk - Een Klassieke Gîtâ - de klassieke versie van filognosie.
- The Bhagavad Gîta-as-it-is by Swami Bhaktivedânta Prabhupâda (PDF-download).
- The Bhagavad Gîta-as-it-is: online (version 1.0).
- The Bhagavad Gita by the Bhagavad Gita Trust.
- Bhagavad Gita by Sanderson Beck.
- Bhagavad Gita by Ramanad Prasad (American Gita society).
- Srimad Bhagavad-gita - The Hidden Treasure of the Sweet Absolute (from the Vaishnav' S'rî Caitanya Saraswath math).
Sanskrit dictionary: (Monier-Williams' 'Sanskrit-English Dictionary').
![]()
Productie
en copyright van deze vertaling: Anand
Aadhar Prabhu
De filognostische vertaling is van dezelfde
auteur.
2007©Bhagavata.org